Het leven in een klooster
Een van de eerste monniken die een klooster bouwden was Benedictus. Hij vond dat de mensen in zijn tijd niet goed leefden. Ze dachten alleen maar aan zichzelf en niet aan God. Daarom verliet hij de stad om samen met een aantal andere mannen het eerste grote klooster te bouwen, boven op een berg. Daar vonden ze de rust die nodig was om op zoek te gaan naar God. De monniken werkten op het land, verbouwden groente en tarwe voor het brood en zorgden voor de zieken en de armen. Een belangrijke taak van de monniken in de middeleeuwen was het overschrijven van teksten uit de bijbel. In die tijd konden alleen de monniken lezen en schrijven. En de techniek om boeken te drukken bestond nog niet. Een monnik moest het doen met een ganzenveer en inkt. Het schrijven deed hij in het scriptorium. Met één boek kon hij wel twee jaar bezig zijn. Het was dus echt monnikenwerk.
